
Dag 6
Puy l’Eveque – Soturac.
De laatste wandeldag.
We besluiten het rustig aan
te doen.
Weer bewolkt, met de belofte (van de
krant) dat het in de loop van de middag open zal
trekken.
Vanuit Puy gaan we de brug over en rechtsaf langs
de Lot.
We passeren een barrage, waar zo te zien
nog witte steenkool wordt gewonnen.
Dan weg van
de Lot en door de druivenvelden.
Over het terrein
van een wijnboerderij lopen we naar een oude
spoorbrug.
Via het struikgewas klimmen we naar
het talud, zodat we weer de Lot over kunnen.
Grove
spoorwegstenen maken het wandelen hier niet
gemakkelijk.
Gelukkig dat de bielzen weg zijn,
anders was het nog lastiger.
Door het gebladerte wordt Duravel zichtbaar.
We
besluiten daar even halt te houden.
Er is zowaar een
etablissement open waar ze koffie hebben.
En na
enig heen en weer gepraat, blijkt het ook mogelijk
sandwiches te produceren. Of beter: boterhammen.
Dikke plakken grijs brood met jambon.
Wandelaarsvoedsel dat de burger moed geeft voor
de laatste loodjes.
Terug naar de oude spoorlijn, die nu een aantal km.
langs de Lot loopt.
Er zijn af en toe wat visstekjes,
zonder vissers overigens.
Als we op één van die
stekken even wat drinken, zie we aan de overkant
(op een afstand van een 100 meter) een behoorlijk
groot beest (formaat kleine hond) door het water
zwemmen.
Hij knabbelt aan een overhangende
boomtak.
Dat moet wel haast een bever zijn geweest.
De route is niet zo stil als anders.
Bovenlangs loopt
de D811, niet zo’n drukke weg maar in vergelijking
met de andere dagen ervaren wij het als een
snelweg.
Dan eindigt de spoorwegroute.
We komen nog een
paar oude stationnetjes tegen, die soms mooi
verbouwd zijn.
Eén daarvan is Soturac/Touriac.
De
naam is op het stationsgebouwtje nog te lezen.
Nu
kan het niet ver meer zijn. Dat valt toch nog even
tegen, want we lopen buitenom naar Soturac.
Maar eindelijk, tegen vijf uur, zien we de oranje geverfde
boerderij van Ron liggen vanuit het veld.
Nog een
paar stappen, en dan hebben we voor onszelf toch
een mooie prestatie neergezet.
Evaluatie
.
.
